Windmolens langs de kust

Het is inmiddels een vertrouwde aanblik… misschien kijk je, bovenaan de strandduin,  een ogenblik naar de horizon – en als je de molens dan goed kan zien, denk je: “het zicht is goed, helder weer”.   

Na een terloopse vraag uit de raad kregen we vorige week donderdag uitleg van inspreker Arie Dekker van de Vogelwerkgroep over de impact van zeewindmolens op trekvogels. We spraken met Arie. Wat is het verhaal?

Veel trekvogels vliegen de kust langs over een strook van een paar kilometer, op de grens tussen zee en land. Arie: “Daar moet je dus absoluut geen windmolens neerzetten”.  Geen probleem, want gelukkig worden de windmolens meer dan 18 kilometer uit de kust gezet. Maar midden op zee kunnen de molens wel in de weg staan op de vogelroute. Bijvoorbeeld tussen ons vaste land en Schotland. Tijdens zo’n vliegreis lijkt een botsing een reëel risico. Vaak valt dat mee, omdat trekvogels veelal hoog vliegen, ver boven de draaiende wieken.

Maar dat is niet altijd het geval. Afhankelijk van omstandigheden (bijvoorbeeld tegenwind) en vogelsoort vliegen ze soms lager. Bedenk daarbij dat trekvogels meestal ’s nachts op de vleugels gaan, en het instinct belet hen om eindeloos te wachten op optimale weersomstandigheden. Dan vormen de verborgen draaiende wieken mogelijk een lelijk gevaar; dat kan slecht aflopen.  

Arie vertelde hoe daar rekening mee kan worden gehouden. Radar kan hulp bieden. Vooral omdat trekvogels meestal in grote vluchten tegelijk gaan, wat met radar goed te volgen is. Arie vertelde, dat de echt grote vogelgolven slechts een paar nachten per jaar te zien zijn – voor de luchtmacht reden genoeg om hun dure vliegtuigen een nachtje aan de grond te houden (een kostenbesparing, want ook vliegtuigen raken beschadigd door botsingen met vogels). Als de radar grote vogeldrukte ziet, zouden de molens stil gezet moeten worden, zodat de vogels geen “klap van de molen krijgen”. Niet makkelijk, maar technisch kan het, en de impact op de energie winning is minimaal. Maar het vraagt wel om een investering…

Ook bij hun dagelijkse vliegbewegingen komen vogels soms een molenpark tegen. De impact daarvan lijkt beperkt. Wetenschappers zagen dat ganzen (toch niet de slimste vogels, zou je denken) overdag netjes om een nieuw zeewindmolenpark heen vlogen – de onderzoekers volgden de ganzen met radar vóór en na de aanleg van een Windmolenpark. Toch is het dan weer af te raden om zo’n park op de grens van water en land te zetten, op de route tussen een vogelrustgebied en een foerageergebied – denk aan de aalscholvers rond het Naardermeer die op jacht gaan op het Markermeer. Blijven opletten met die molens.

En ja, in totaal vliegen boven land veel meer vogels dan boven zee. Door die grotere  aantallen verwacht je meer incidentele botsingen boven land. Maar ja, bij ons vloog laatst zomaar een duif keihard tegen de ruit van de woonkamer – duif dizzy, glas geen schrammetje.

Tekst: Alex