Provincie kan weinig doen tegen opstelterrein

CASTRICUM – De provincie Noord-Holland speelt eigenlijk geen rol in de besluitvorming over de aanleg van een opstelterrein in Castricum of Uitgeest.

Dat is de teneur van de door Gedeputeerde Staten beantwoorde vragen van statenleden van GroenLinks. 

Het uiteindelijke besluit zal worden genomen door het Rijk, wel is de provincie in een eerder stadium betrokken geweest bij het vaststellen van zoeklocaties. Door de provincie is er wel een afwegingskader meegegeven. Dat afwegingskader bestaat uit criteria op het gebied van onder andere verkeer, kosten, overlast, natuur en landschap. Gedeputeerde Staten heeft het recht om een zienswijze in te dienen op een tracébesluit van het Rijk, maar dat is niet bindend. In een tracébesluit wordt de plek voor het te bouwen opstelterrein aangegeven. De rol van de provincie is formeel dus beperkt en bovendien heeft Noord-Holland nog geen standpunt ingenomen.

Gedeputeerde Staten geeft verder aan dat er geen opdracht is gegeven tot een uitbreiding van het aantal zoeklocaties, maar dat het college daar niet onwelwillend tegenover zou staan.

Er wordt met ProRail gesproken over natuurcompensatie, maar daarover is verder nog niets te melden. De provincie wil zelf nog meer duidelijkheid over de te bouwen parkeerplaats voor treinen en kan dan met een meer stelliger standpunt komen.